In 2014 kwam mijn vertaling van Michaïl Sjisjkins "Onvoltooide liefdesbrieven" (Venerin volos) op de longlist van de Europese Vertaalprijs. In 2015 gebeurde hetzelfde met "Venushaar".
CV
 
 

Mijn familie stamt uit West-Friesland (NH), maar als elfjarige verhuisde ik al naar Heemstede, waar ik op Hageveld gymnasium A heb gedaan. Aan de UvA studeerde ik Slavische Talen (hoofdvak Russisch) en Algemene Literatuurwetenschap (Translation Studies). Sinds 1976 woon ik in Denmarken in de buurt van Kopenhagen. Ik heb twee dochters: Siri (geb. 1978) en Hedda (geb. 1980). Mijn vrouw heet Annette Bering Liisberg, zij is illustrator en storyteller.

Ik heb ongeveer zeventig titels op mijn naam staan. Een van mijn meest recente vertalingen is een Deense klassieker: “Ved Vejen” (Aan het spoor) van Herman Bang. Eerder heb ik ook veel moderne Deense literatuur vertaald, o.a. Peter Høeg en Jens Christian Grøndahl. Eind oktober 2009 verscheen bij De Geus "Over het bestaan van liefde" van Torben Guldberg. Een volgend project was Præludier (Preludes) van Peer Hultberg.

Van de Russen die ik heb vertaald, noem ik hier: Sasja Sokolov (“School voor gekken”), Vladimir Vojnovitsj (“Soldaat Tsjonkin”) en Vladimir Makanin (“Geslaagd verhaal over de liefde” en “Schrik”). In 2010 werkte ik aan Makanins "ASAN" - een roman over de oorlog in Tsjetsjenië.

In 2011 heb ik o.a. werk van de Deense auteur Peer Hultberg vertaald, met name zijn Præludier (Preludes), een impressionistische roman over Chopin als kind - letterlijk vanaf zijn geboorte tot zijn elfde jaar.

In 2012 werkte ik aan "De profeten in de Eeuwigheidsfjord" van Kim Leine (voor de AP) en aan "Pismovnik" (Onvoltooide liefdesbrieven) van Michaïl Sjisjkin (voor Querido).

2013 en 2014 stonden in het teken van Michaïl Sjisjkin: zijn "Pis'movnik" en zijn "Venerin volos", respectievelijk vertaald als "Onvoltooide liefdebrieven" en "Venushaar".

In 2015 ga ik aan Van Oorschots Russische Bibliotheek meedoen: hervertaling van een aantal romans van Dostojevski.

In de jaren tachtig vertaalde ik samen met Grete Bentsen “Max Havelaar” van Multatuli en “Dubbelspel” van Frank Martinus Arion in het Deens.

Afgezien van enkele baantjes in het onderwijs heb ik sinds 1976 vrijwel uitsluitend van de vertalerij geleefd.

In de loop der jaren ben ik een paar keer in de prijzen gevallen. In 1981 was ik de allereerste die de Aleida Schotprijs ontving - voor mijn vertalingen van Sokolov en Vojnovitsj. In 1998 kreeg ik de (Deense) Kjeld Elfeltprijs en in 2006 de “Deense Vertaalprijs 2005”  van Statens Kunstråd voor mijn vertalingen uit het Deens.